| |
ECDL - Rijbewijs - De 7 modules |
|
| |
| |
Om een ECDL-rijbewijs te behalen moet je slagen voor 7 testmodules.
Wat houden deze in? Een overzicht
|
|
|
| |
1. Basisbegrippen van Informatie Technologie
|
| |
|
| |
In deze test wordt nagegaan of je inzicht hebt in de opbouw van een pc en of je de basisbegrippen van informatietechnologie kent, zoals gegevensopslag en geheugen. Verder wordt getest of je weet hoe je de verschillende programma's moet gebruiken en wat de mogelijkheden van informatienetwerken zijn.
|
|
|
| |
2. De computer gebruiken en bestanden beheren (windows)
|
| |
|
| |
In deze test wordt nagegaan of je de basisfuncties en besturingssysteem van een pc kent. Verder wordt getest of je bestanden en mappen kan beheren, organiseren, kopiëren, verplaatsen en wissen. Daarnaast wordt gekeken of je zoek en bewerkingsopdrachten kan uitvoeren en met desktop-pictogrammen en vensters kan werken.
|
|
|
| |
3. Tekstverkwerking (Word)
|
| |
|
| |
In deze test wordt nagegaan of je kan omgaan met een tekstverwerkingsprogramma en een document kan maken, opmaken en afwerken. Verder wordt getest of je standaardtabellen kan opmaken , illustraties kan invoegen en bestanden kan importeren.
|
|
|
|
|
| |
In deze test wordt nagegaan of jde basisconcepten van een spreadsheet (rekenblad) begrijpt en of je een rekenblad kan maken, opmaken en gebruiken. Verder wordt gekeken of je in staat bent eenvoudige bewerkingen met formules en functies uit te voeren, objecten te omporteren en schema's en diagrammen te maken.
|
|
|
|
|
| |
In deze test wordt nagegaan of je de basisconcepten van databases (databanken) begrijpt en of je een pc-database kan gebruiken. Verder wordt gekeken of je een eenvoudige database kan ontwerpen en aan de hand van een zoekopdracht informatie kan halen uit een bestaande database. Ook wordt getest of je in staat bent rapporten te maken en te wijzigen.
|
|
|
| |
6. Presentaties (Powerpoint)
|
| |
|
| |
In deze test wordt nagegaan of je presentatiehulpmiddelen kan gebruiken en een presentatie kan maken, opmaken en voorbereiden. Verder wordt gekeken of je in staat bent eenvoudige handelingen te verrichten met diagrammen en grafieken. Ook wordt getest of je weet hoe je diaserie-effecten moet gebruiken en presentaties kan maken voor verschillende groepen of situaties.
|
|
|
| |
7. Informatie en communicatie
|
| |
|
| |
In deze test wordt nagegeaan of je kan zoeken op het internet, de resultaten kan oplsaan in internetpagina's en zoekrapporter kan printen. Vreder wordt getest of je kan mailen, documenten kan bijvoegen en mappen kan organiseren. In het tweede deel toont de kandidaat zijn vaardigheid in het gebruik van elektronische verzndprogrammatuur, het bijvoegen van documenten en het organiseren van mappen.
Terug
|
|